Wanneer is een proeftijd in strijd met cao-bepalingen?

Een werkgever spreekt mondeling een proeftijdsbeding af en bevestigt die pas schriftelijk na de indiensttreding. Als de werknemer in de proeftijd wordt ontslagen, beroept hij zich op nietigheid van het beding. Volgens hem is de proeftijd in strijd met de cao-bepalingen overeengekomen en daarom nietig. Wat oordeelt de rechter? Wat eraan voorafging Een 54-jarige chauffeur start op 27 januari 2019 bij een werkgever op een contract voor bepaalde tijd. Op zijn arbeidsovereenkomst is de cao beroepsgoederenvervoer van toepassing. Daarin staat dat als er een proeftijd wordt bedongen, die schriftelijk vóór de indiensttreding aan de werknemer moet worden medegedeeld, op straffe van nietigheid. De werknemer krijgt en ondertekent zijn schriftelijke arbeidsovereenkomst pas als hij al begonnen is met werken. Hierin staat de proeftijd van een maand vermeld. Als de werkgever de arbeidsovereenkomst schriftelijk beëindigt op 21 maart, komt de werknemer in het verweer. Hij geeft aan dat hij niet akkoord gaat met de opzegging en zich beschikbaar houdt voor werk, omdat er geen sprake is van proeftijd. De werkgever meent dat er wel een proeftijd is overeengekomen. Bij de rechter De werknemer stapt naar de rechter en vraagt onder meer om vernietiging van het ontslag, toelating tot zijn werk en doorbetaling van zijn loon. De werkgever heeft zich volgens hem niet aan de cao-voorwaarden voor het overeenkomen van een proeftijd gehouden. Doordat de proeftijd pas na de indiensttreding schriftelijk is medegedeeld via de arbeidsovereenkomst, is het proeftijdsbeding nietig. De werkgever voert aan dat de cao-bepaling waar de werknemer op doelt, in strijd is met de wet en dat de werknemer daarom geen beroep kan doen op die bepaling. De wet spreekt namelijk niet van een voorwaarde dat de proeftijd vooraf schriftelijk moet zijn overeengekomen. Daarnaast wist de werknemer dat het proeftijdsbeding gold omdat er vooraf over is gesproken, en omdat de de arbeidsovereenkomst met het proeftijdsbeding heeft ondertekend, aldus de werkgever. De rechter vernietigt het ontslag. Afwijken van de wettelijke regels voor een proeftijd is alleen verboden als het in het nadeel van de werknemer is. Afwijken in het voordeel van de werknemer mag wel. De cao-bepaling is daarom niet in strijd met de wet, oordeelt de rechter. Dat de werknemer voorafgaand aan zijn indiensttreding op de hoogte was van het proeftijdsbeding en het later ook heeft ondertekend, neemt niet weg dat de werkgever in strijd met die cao-bepaling heeft gehandeld. Het proeftijdsbeding is op grond van de cao nietig. De werknemer mag weer aan het werk en krijgt zijn loon doorbetaald. In de praktijk Voor het afspreken van een proeftijdsbeding gelden strenge regels. Die zijn bedoeld om de werknemers te beschermen en daarom mag er niet in het nadeel van de werknemer van afgeweken worden. Maar een afspraak maken over een proeftijd die gunstiger is voor de werknemer dan de wettelijke regeling, mag wel. Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:636, 20 augustus 2019 JurisprudentieDit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>> Het bericht Wanneer is een proeftijd in strijd met cao-bepalingen? verscheen eerst op XpertHR Actueel.
xperthr
20-09-2019 17:22